1. Het begin

  • Frank den Hollander

Willem mjong!

ik zit opeens te denken: waarom was jij er niet vanaf het begin bij?

Bij het voetbalelftal, bedoel ik. Oranje Nassau 19!

Zo ongeveer je hele oud-middelbareschoolvriendenclubje zat er meteen in, ze vroegen mij erbij, en ondanks dat ik jullie al meer dan vijf jaar kende, was jij niet bij die eerste lichting!

Toen jullie in 1976 in de stad Groningen gingen studeren, kwam jullie klasgenoot Hans in het studentenhuis op het Boterdiep te wonen, waar ik al een jaar een kamer had. Al snel kwamen jullie in verschillende samenstellingen meerdere malen per week bij Hans op bezoek, en ook als ik erbij zat om een biertje mee te drinken, gingen jullie onderling echt niet Nederlands praten… ik kan wel zeggen dat ik van jullie Gronings heb geleerd.

Jullie speelden zaalvoetbal met SHIT: Stombezopen Heren In Teamverband; ik kreeg elke week de sappige verhalen te horen. Van den Bor, herinner ik me, een ernstige man bij de ACLO, heette die zo?

Nadat ik in 1980 eindelijk officieel met mijn studie was opgehouden (lang verhaal) moest ik in dienst (nog langer verhaal; ik ben er niet trots op; jij had tenminste de tegenwoordigheid van geest om te weigeren), en toen ik daar weer uit kwam, had ik een goeie conditie van het vele sporten. Daarom durfde ik het wel aan toen Hans en zijn maatjes Aeilko en Herman me vroegen om met hen ‘op voetbal te gaan’.

We kwamen terecht bij Oranje Nassau, daar hadden ze al achttien zaterdag-elftallen en kon er nog wel een negentiende bij. We werden gematcht met een vergelijkbaar vriendengroepje rond Arjen Boswijk – nou ja, vergelijkbaar? Nee, compleet verschillend van ons. Maar toch paste het wonderwel bij elkaar; daar kan ik nog wel een aantal volgende brieven over schrijven.

Om het elftal compleet te maken, waren er nog wat losse nieuwelingen; Henkie Haaf, Clemens, Gerrit, later Anton… maar nogmaals mijn vraag: waarom voegde jij je pas enkele jaren later bij ons?
Moiiie
Frank